ECLI:NL:CRVB:2008:BG7392
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1934 in voormalig Nederlands-Indië, diende in januari 2006 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat appellant direct getroffen was door oorlogsgeweld, mede gelet op sociale rapportages en getuigenverklaringen van familieleden.
In januari 2007 diende appellant een hernieuwde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. Verweerster oordeelde dat er geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. Appellant voerde aan dat de vlucht naar het Julianaziekenhuis onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond, maar dit werd door de Raad niet als zodanig erkend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verzoek tot herziening discretionair is en dat toetsing terughoudend is. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft ingebracht die het eerdere besluit zouden moeten wijzigen, wordt het beroep ongegrond verklaard. De Raad acht geen reden voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die aanleiding geven tot herziening van het eerdere besluit.