ECLI:NL:CRVB:2008:BG7391
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens niet voldoen aan nationaliteit en woonplaats vereisten
Appellante, dochter van een tijdens de Japanse bezetting overleden vervolgingsslachtoffer, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). De aanvraag werd afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de vereisten van nationaliteit en woonplaats en geen vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet.
Appellante stelde dat zij door het overlijden van haar vader wees was geworden en dat zij daarom op grond van de anti-hardheidsbepaling toch recht had op een uitkering. De Raad overwoog dat gelijkstelling met een vervolgde alleen mogelijk is indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, waaronder het ondergaan van vervolging of het voldoen aan nationaliteit en woonplaats eisen.
Omdat appellante noch vervolging had ondergaan, noch voldeed aan de nationaliteit- en woonplaatsvereisten, kon zij niet gelijkgesteld worden met een vervolgde. De Raad oordeelde dat verweerster de aanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan nationaliteit en woonplaatsvereisten en het ontbreken van vervolging.