ECLI:NL:CRVB:2008:BG6744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalige timmerman, viel sinds maart 1999 uit wegens klachten aan de linkerschouder en ontving een WAO-uitkering van 35-45% arbeidsongeschiktheid. In 2005 vond een herbeoordeling plaats door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die het verlies aan verdienvermogen berekenden op 7,77%. Na bezwaar werd dit herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat voldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat zijn subjectieve klachten onvoldoende objectief waren onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde argumenten aangevoerd, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank volledig en bevestigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25%.