ECLI:NL:CRVB:2008:BG6731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als supervisor telemarketing, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens rug-, bekken- en elleboogklachten. In 2005 heeft het UWV haar uitkering herzien op basis van medische en arbeidskundige rapporten, waarbij werd vastgesteld dat zij nog geschikt was voor lichte arbeid met een verlies aan verdiencapaciteit van 5,07%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het UWV haar uitkering herzag naar een percentage van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit, ondanks de stelling van appellante dat zij meer beperkingen heeft en een urenbeperking nodig is. Appellante bracht geen medische stukken aan die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad overweegt dat de medische situatie sinds 1999 niet significant is veranderd en dat het dagverhaal uit 1999 vergeleken met 2005 zelfs een verbetering toont.
De Raad laat een later ingediend medisch stuk buiten beschouwing wegens overschrijding van de termijn. De arbeidskundige rapportage is helder en niet specifiek bestreden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt geen partij in de proceskosten.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd, zonder toekenning van een urenbeperking.