ECLI:NL:CRVB:2008:BG6550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens arbeidsinkomsten
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had verlaagd vanwege inkomsten uit arbeid en een terugvordering had ingesteld voor onverschuldigd betaalde uitkeringen over de jaren 2002 en 2003.
De rechtbank had het bezwaar afgewezen, maar het UWV heroverwoog het besluit en nam een nieuw besluit waarin een deel van de terugvordering werd verminderd. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV eerdere standpunten niet langer handhaafde en daarmee de onrechtmatigheid erkende.
De Raad oordeelde dat het UWV de inkomsten schattenderwijs mocht vaststellen vanwege een gebrekkige boekhouding en onderschreef de berekeningen van de arbeidsdeskundigen. Het beroep tegen het eerste besluit werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl het beroep tegen het tweede besluit ongegrond werd verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. Het verzoek om renteschade werd afgewezen omdat geen sprake was van vertraagde uitbetaling.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit van het UWV wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.