ECLI:NL:CRVB:2008:BG6530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na verkorte wachttijd wegens geschiktheid voor supervisorfunctie
Appellante, die vanwege rugklachten eerder een WAO-uitkering ontving, meldde zich ziek bij het UWV wegens toegenomen klachten. Het UWV weigerde haar na een verkorte wachttijd van vier weken een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij geschikt werd geacht voor de maatgevende functie van supervisor. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV haar beperkingen onjuist had vastgesteld en dat het arbeidskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat geen eigen onderzoek naar haar werkplek was verricht en haar functie inmiddels was beëindigd. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de functie van supervisor als maatman had vastgesteld en dat het arbeidskundig onderzoek niet onzorgvuldig was, mede omdat de arbeidsdeskundige een duidelijk beeld had van de belasting in haar werk.
De Raad vond ook dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst niets afdoet aan de geschiktheid voor de functie, aangezien deze regelmatig op de arbeidsmarkt wordt aangeboden. De medische beoordeling was gebaseerd op voldoende actuele gegevens en de aanvullende verklaringen van de huisarts waren niet relevant voor de datum in geschil. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering na verkorte wachttijd wordt bevestigd.