ECLI:NL:CRVB:2008:BG6520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen bij post-whiplash syndroom
Appellante, lijdend aan post-whiplash syndroom, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken door het UWV omdat haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV werd onderschreven.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV en de rechtbank onvoldoende rekening hadden gehouden met een in 1998 uitgevoerd onderzoek door een psycholoog en psychiater. Tevens stelde zij dat zij niet geschikt was voor de voor haar geselecteerde functies. Het UWV handhaafde haar standpunt en de Raad vond geen reden om de medische onderzoeken van het UWV onvoldoende zorgvuldig te achten.
De Raad stelde vast dat de medische beperkingen waren vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst, waarin appellante beperkt werd voor fysiek zwaar nek/schouderwerk, maar dat er onvoldoende objectieve aanwijzingen waren voor verdere beperkingen. Het eerdere psychologisch onderzoek werd met terughoudendheid beoordeeld vanwege mogelijke onderrapportage.
De eigen mening van appellante over haar beperkingen werd niet doorslaggevend geacht, aangezien deze niet werd ondersteund door medische gegevens. Een aanvullend onafhankelijk medisch onderzoek werd niet noodzakelijk geacht. De Raad concludeerde dat appellante in staat was de geselecteerde functies te vervullen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen.