ECLI:NL:CRVB:2008:BG6519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-besluit inzake arbeidsongeschiktheid en uitlooptermijn
Appellant is sinds juni 2002 arbeidsongeschikt vanwege whiplashklachten en ontvangt sinds oktober 2003 een WAO-uitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid werd bij besluiten in 2004 en 2005 vastgesteld op 45 tot 55%. Na bezwaar en herbeoordeling bevestigden artsen en arbeidsdeskundigen deze mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep stelde het UWV zich op het standpunt dat bij het bestreden besluit ten onrechte geen rekening was gehouden met een uitlooptermijn, waardoor de uitkering pas vanaf maart 2006 had moeten worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit daardoor niet in stand kunnen blijven. De aangevallen uitspraak wordt voor zover aangevochten vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de renteschade. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitlooptermijn.