ECLI:NL:CRVB:2008:BG6197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidskundige beoordeling
Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 9 november 2005 te beëindigen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de arbeidskundige beoordeling, met name het ontbreken van een lijst met normaalwaarden en interpretatiekader.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beperkingen van betrokkene juist zijn vastgesteld en dat de stelling dat beperkingen zijn onderschat niet wordt ondersteund door de medische stukken. Wel is vastgesteld dat één van de geselecteerde functies, namelijk die van bode/bezorger, de belastbaarheid van betrokkene te boven gaat, waardoor slechts twee functies overblijven, wat onvoldoende is voor een juiste schatting van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad vernietigt het arbeidskundige gedeelte van het besluit van 27 januari 2006 en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan betrokkene wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 27 januari 2006 wordt geheel vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.