ECLI:NL:CRVB:2008:BG6152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Herziening toerekening bedrijfswinst voor korting APPA-uitkering wegens oneigenlijk gebruik BV
Appellant I ontving na zijn wethouderschap een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA). Het college stelde een korting vast op basis van zijn salaris als directeur/bestuurder van een door hem en zijn echtgenote opgerichte BV, en rekende daarnaast de helft van de winst van deze BV aan hem toe. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat appellant I door zijn knowhow en zeggenschap een deel van de winst toekwam.
Appellant I betwistte de toerekening van de winst, stellende dat zijn arbeidsinbreng beperkt was vanwege gezondheidsproblemen en dat de feitelijke werkzaamheden vooral door zijn echtgenote en dochter werden verricht. De Raad concludeerde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van oneigenlijk gebruik van de BV, zodat de juridische constructie niet doorbroken mocht worden.
Daarnaast werd het beroep van appellant II tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende was. Wel werd het beroep van appellant II tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar gegrond verklaard, maar het bezwaar zelf niet-ontvankelijk.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen zonder toerekening van de helft van de winst van de BV aan appellant I.