ECLI:NL:CRVB:2008:BG6016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling beperkingen appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV per 1 juni 2006. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant, waaronder ernstige en chronische buikklachten en psychische belastbaarheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat hij volledig of meer arbeidsongeschikt was dan aangenomen. Hij verzocht om raadpleging van een medisch specialist, met name op het gebied van maag- en darmproblematiek.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant met de door het UWV in aanmerking genomen beperkingen in staat moet worden geacht de voorgestelde functies te verrichten. De Raad vond geen medische gegevens die twijfel opriepen over de vastgestelde psychische belastbaarheid en zag geen aanleiding voor een onafhankelijk medisch onderzoek.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant.