ECLI:NL:CRVB:2008:BG5841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks diagnose hersentumor
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank Rotterdam vernietigde het eerdere besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar achtte de medische grondslag juist. Het Uwv nam vervolgens een nieuw besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit nieuwe besluit ongegrond en oordeelde dat de geschiktheid voor de voorgestelde functies voldoende was onderbouwd. De diagnose hersentumor, vastgesteld bijna een jaar na de relevante datum, werd niet als reden gezien voor een andere beoordeling; appellant werd verwezen naar het Uwv voor een nieuwe medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt dat de medische grondslag onherroepelijk vaststaat omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. De diagnose hersentumor vormt geen uitzondering op deze regel omdat deze al bekend was en niet als nieuw feit kan dienen. De Raad acht de arbeidskundige rapportages voldoende gemotiveerd en concludeert dat de functies binnen het bereik van appellant liggen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel op 21 november 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.