ECLI:NL:CRVB:2008:BG5840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen handgebruik
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige beoordeling waarop het besluit was gebaseerd.
In hoger beroep stelde appellante dat er sprake was van beperkingen in het gebruik van haar linkerhand en -arm, wat volgens haar niet juist was meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Zij stelde dat zij daardoor niet in staat was om haar functie als machinebediende te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige hadden bevestigd dat er slechts minimale afwijkingen waren die geen belemmering vormden voor de functies die appellante kon vervullen. Bovendien waren er geen nieuwe medische stukken overgelegd die aanleiding gaven tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, op 19 november 2008.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.