ECLI:NL:CRVB:2008:BG5760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nieuw recht op WW-uitkering bij cyclisch arbeidspatroon
Appellant, werkzaam als ambulant kelner, verzocht het UWV om terug te komen op een besluit waarbij hem per 14 oktober 2002 geen nieuw recht op een WW-uitkering werd toegekend vanwege een cyclisch arbeidspatroon. Hij stelde dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat aan andere kelners wel een nieuw recht was toegekend.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzoek van appellant moest worden aangemerkt als een herhaalde aanvraag op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, die door het UWV terecht werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Ook was onvoldoende gebleken dat sprake was van gelijke gevallen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en overhandigde hij verklaringen en besluiten van andere kelners die wel een nieuwe WW-uitkering ontvingen. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat deze nieuwe stukken geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten bevatten en onvoldoende onderbouwing boden voor het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant krijgt geen nieuw recht op WW-uitkering toegekend.