ECLI:NL:CRVB:2008:BG5544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R.L. Rijnen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellant, die sinds 1997 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg vanaf 1998 een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2005 en 2006, waarbij onder meer een verzekeringsarts en psychiater betrokken waren, stelde het UWV vast dat appellant niet langer volledig arbeidsongeschikt was. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd aangepast en bepaalde functies werden als medisch geschikt voor appellant aangemerkt.
Het UWV trok de WAO-uitkering per 20 februari 2006 in, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit voldoende was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege PTSS. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter het oordeel van de rechtbank. De Raad vond de medische rapporten, waaronder die van psychiater IJsselstein, overtuigend en zag geen aanwijzingen dat de belastbaarheid was overschat. Ook de arbeidskundige onderbouwing was volgens de Raad toereikend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.