ECLI:NL:CRVB:2008:BG5418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens vervallen procesbelang in WAO-uitkeringszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake de herziening van haar WAO-uitkering. Het UWV had haar arbeidsongeschiktheidspercentage per 28 maart 2005 verlaagd van 80-100% naar 15-25%, waarna appellante bezwaar maakte. Dit bezwaar werd deels gegrond verklaard met een nieuwe vaststelling van 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Later nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het oorspronkelijke percentage van 80-100% werd gehandhaafd. Hierdoor werd appellante volledig tegemoetgekomen en verviel haar procesbelang bij het hoger beroep. De Raad besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief kosten voor rechtsbijstand en medische informatie, alsmede het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 november 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV de uitkering volledig aan appellante heeft toegekend, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.