ECLI:NL:CRVB:2008:BG5401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding afgewezen
Appellante ontving vanaf maart 2004 een AOW-uitkering voor een ongehuwde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit per september 2006 naar een uitkering voor een gehuwde, omdat zij meende dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met een medebewoner. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank Breda, maar appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hoewel appellante en de medebewoner hetzelfde hoofdverblijf hadden, er onvoldoende sprake was van wederzijdse verzorging. De door de Svb aangevoerde activiteiten zoals gezamenlijk lidmaatschap van een kaartclub en een groepsreis waren onvoldoende om van een gezamenlijke huishouding te spreken. Financiële verstrengeling was slechts in geringe mate aanwezig.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De Raad stelde dat het besluit van 18 september 2006 niet op een deugdelijke grondslag berustte en herroept moest worden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van de Sociale verzekeringsbank vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.