ECLI:NL:CRVB:2008:BG5206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering passendheid functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 65-80% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd gedeeltelijk gegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van appellante tegen het daaropvolgende besluit ongegrond verklaarde. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende was en dat de stelling van appellante over haar gezondheidstoestand onvoldoende onderbouwd is.
De Raad constateert echter dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een beperking onder item 1.9.8 (hoog handelingstempo) niet is opgenomen, terwijl dit volgens verzekeringsgeneeskundige rapportages wel had moeten gebeuren. De Raad stelt vast dat voor twee functies (lederbewerker en een van de productiemedewerker industrie functies) onvoldoende is toegelicht waarom deze passend zijn voor appellante.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 13 juli 2006 en de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de passendheid van twee functies en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.