ECLI:NL:CRVB:2008:BG5171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 8 juni 2005 vanwege een afgenomen arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Hij verzocht het UWV om heroverweging op basis van medische brieven en een expertise, maar het UWV handhaafde het besluit omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat het besluit tot intrekking in rechte onaantastbaar was geworden en beperkte haar toetsing tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening konden rechtvaardigen. De medische gegevens en expertise werden niet als zodanig erkend.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet de juistheid van de nieuwe medische conclusies had beoordeeld. De Raad oordeelde echter dat de rechter zich moet beperken tot toetsing van nieuwe feiten of omstandigheden en dat een inhoudelijke toetsing van het heroverwegingsbesluit niet mogelijk is.
De Raad concludeerde dat het UWV redelijk heeft gehandeld en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.