ECLI:NL:CRVB:2008:BG5080
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag af omdat directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld niet was vastgesteld. De Raad bevestigt dat de door appellante genoemde gebeurtenissen, zoals bombardementen en huiszoekingen, niet voldoen aan de criteria van directe betrokkenheid zoals vereist door de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Appellante voerde aan dat zij op grond van het gelijkheidsbeginsel gelijk behandeld moet worden als een getuige die eerder erkend werd. De Raad oordeelt dat ontwikkelingen in de wetstoepassing en een voortgeschreden historisch inzicht hebben geleid tot een meer individuele en striktere beoordeling van aanvragen. De eerdere erkenning van de getuige op basis van een meer algemene historische beoordeling kan niet zonder meer worden toegepast op de huidige zaak.
De Raad concludeert dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij direct betrokken was bij oorlogsgeweld in de zin van de Wet en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens ontbreken van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.