ECLI:NL:CRVB:2008:BG4995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische geschiktheid functies bij intrekking WAO-uitkering
Appellante meldde zich arbeidsongeschikt met psychische klachten en klachten aan de rechterarm en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering geweigerd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep vernietigde de Raad een eerdere uitspraak vanwege onvoldoende arbeidskundige grondslag en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen.
Het UWV handhaafde het besluit in 2006 met een rapport waarin functies werden genoemd die appellante zou kunnen vervullen. Appellante voerde bezwaar aan tegen de medische geschiktheid van deze functies, met name over zitten en reiken. De rechtbank oordeelde dat het UWV eerst ter zitting voldoende toelichting had gegeven, maar vernietigde het besluit omdat dit niet eerder was gebeurd.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de medische toelichting op de functies pas in hoger beroep voldoende is gegeven en dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit daarom volledig in stand blijven. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven volledig in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.