ECLI:NL:CRVB:2008:BG4656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie huishoudelijke verzorging klasse 2 door CIZ na medisch advies
De appellant was eerder op grond van de ex-AAW regeling aangewezen voor huishoudelijke hulp en werd later door het CIZ geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging klasse 2 voor de jaren 2005 en 2006, en vanaf 2007. De rechtbank had geoordeeld dat het CIZ op goede gronden de indicatie had gehandhaafd, mede gebaseerd op twee medische adviezen waarin huisartseninformatie was betrokken.
Appellant betwistte in hoger beroep dat het CIZ informatie bij de huisarts had ingewonnen. De Raad stelde echter vast aan de hand van gedingstukken, waaronder ondertekende reacties van huisartsen en rapportages van medisch adviseurs, dat het CIZ wel degelijk deze informatie had verkregen. Het ontbreken van tegenbewijs en de professionele aard van de rechtshulp maakten dat het hoger beroep ongegrond was.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het besluit van het CIZ. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het CIZ. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indicatie voor huishoudelijke verzorging klasse 2 door het CIZ en wijst het hoger beroep van appellant af.