ECLI:NL:CRVB:2008:BG4564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% naar 15-25%. De medische beoordeling was gebaseerd op een psychiatrisch onderzoek door Van Zandvoort en een aanvullend rapport van Oeberius Kapteijn, die een ernstiger beperking stelde. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de verschillen niet substantieel waren en dat de beperkingen zoals vastgesteld passend waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij zij de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts volgde. In hoger beroep werd het standpunt van het UWV bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om de medische beperkingen te onderschatten en oordeelde dat de belastbaarheid in de relevante functies niet werd overschreden.
De Raad bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier, waarbij appellante niet was verschenen. De herziening van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en handhaaft de lagere mate van arbeidsongeschiktheid.