ECLI:NL:CRVB:2008:BG4562

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6105 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.C.M. van Laar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing vergoeding kosten medisch adviseur Instituut Psychosofia

Appellant stelde in hoger beroep dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) veroordeeld moest worden tot vergoeding van kosten voor een medisch adviseur van het Instituut Psychosofia, ter hoogte van € 2.041,18. De rechtbank had deze vergoeding afgewezen omdat een deel van de kosten al in een eerdere procedure was behandeld, waartegen geen hoger beroep was ingesteld, en het resterende bedrag niet voor vergoeding in aanmerking kwam.

De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat rapporten van het Instituut Psychosofia niet kwalificeren als rapporten van een deskundige in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierdoor vallen de kosten niet onder artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor vergoeding.

Het hoger beroep van appellant slaagt niet en de Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad ziet geen gronden om anders te oordelen en acht geen toepassing van artikel 8:75 Awb Pro op de kosten van de medisch adviseur gerechtvaardigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de vergoeding van kosten voor de medisch adviseur van het Instituut Psychosofia.

Uitspraak

06/6105 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 september 2006, 05/2068 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 november 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2008. Namens appellant is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.
2. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van 27 april 2005 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, gelet op de daartoe door de rechtbank gegeven motivering.
3. Het hoger beroep van appellant is niet gericht tegen het besluit van het Uwv dat appellant op en na 3 juli 2004 recht heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet.
4. In geding is de vraag of de rechtbank terecht het verzoek van appellant om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten in verband met de inschakeling van de medisch adviseur van het Instituut Psychosofia, welke kosten neerkomen op een totaal bedrag van € 2.041,18, heeft afgewezen.
5.1. De Raad overweegt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat een deel van deze kosten is gemaakt in een eerdere procedure bij de rechtbank. De rechtbank heeft in die procedure vergoeding van die kosten afgewezen, tegen welke uitspraak geen hoger beroep is ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak dan ook terecht overwogen dat zij niet alsnog een uitspraak over die kosten kon doen.
5.2. De rechtbank heeft vergoeding van het resterende bedrag ad € 1.306,06 afgewezen onder verwijzing naar een aantal uitspraken van de Raad. Naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, wijst de Raad nog op zijn uitspraak van 27 september 2006 (LJN: AY9124). Ook in dit geval geldt dat de rapporten van Instituut Psychosofia niet zijn aan te merken als rapporten van een deskundige in de zin van artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Evenmin vallen de rapporten onder artikel 1, aanhef en onder a, van dat Besluit. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de met het uitbrengen van deze rapporten gemoeide kosten niet voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in aanmerking komen.
5.3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 november 2008.
(get.) M.C.M. van Laar.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
TM