ECLI:NL:CRVB:2008:BG4555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij psychische problematiek
Appellante, werkzaam in een shoarmazaak, viel uit wegens hoofdpijn- en spanningsklachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische rapportages en het arbeidskundig onderzoek geen aanwijzingen bevatten voor een zwaardere beperking dan reeds aangenomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door ernstige psychische klachten niet meer in staat zou zijn tot het verrichten van arbeid, en dat een onafhankelijk psychiater onderzoek zou moeten doen. De Raad oordeelde echter dat de beschikbare medische gegevens, inclusief die van de behandelend psychiater, geen aanwijzingen bevatten voor een zodanige beperking dat zelfredzaamheid en arbeidsmogelijkheden ontbreken.
De Raad bevestigde dat bij de beoordeling de huishoudelijke taken en de zorg voor kinderen buiten beschouwing moeten blijven. Ook zag de Raad geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijk deskundige. De arbeidskundige onderbouwing werd eveneens als toereikend beoordeeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.