ECLI:NL:CRVB:2008:BG4127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten manuele therapie wegens niet noodzakelijke zorg
Appellant, met een chronische spierziekte en arbeidsongeschiktheidsuitkering, verzocht om bijzondere bijstand voor kosten van manuele therapie. Het College wees dit af omdat de Ziekenfondswet (ZFW) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als voorliggende, toereikende en passende voorzieningen worden beschouwd, en manuele therapie niet tot de noodzakelijke zorg behoort.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen in stand, stellende dat artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) bijstandsverlening voor deze kosten in principe uitsluit. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de Abw zich aan de bewuste beleidskeuze moet conformeren om deze kosten niet te vergoeden.
Hoewel appellant stelde dat hij veel baat heeft bij de therapie en anderen wel bijzondere bijstand ontvangen, acht de Raad dit geen zeer dringende reden zoals bedoeld in artikel 17, derde lid, Abw. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van manuele therapie omdat deze niet tot de noodzakelijke zorg behoren en geen zeer dringende redenen zijn aangevoerd.