ECLI:NL:CRVB:2008:BG3958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant meldde zich in 2003 ziek vanwege rugklachten en werd ongeschikt geacht voor zijn eigen werk, maar geschikt voor enkele geselecteerde functies met behoud van loon. Het UWV weigerde hem daarom een WAO-uitkering toe te kennen en gaf hem een werkloosheidsuitkering.
Na een nieuwe ziekmelding in 2004 en medisch onderzoek door artsen Lafeber en Weegink werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies. Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 24 december 2004. Appellant maakte bezwaar en voerde medische rapporten aan, maar deze werden door de bezwaarverzekeringsarts niet als voldoende reden gezien om het oordeel te herzien.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens procedurele gebreken, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat opnieuw werd bestreden. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat appellant inderdaad geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht meer op ziekengeld omdat hij geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies per 24 december 2004.