ECLI:NL:CRVB:2008:BG3788
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffers wegens ontbreken oorlogsgerelateerde psychische klachten
Appellant, geboren in het voormalige Nederlands-Indië, diende in februari 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn gezondheidsklachten verband hielden met zijn oorlogservaringen, waaronder een huiszoeking door pemoeda’s tijdens de Bersiap-periode.
Verweerster wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de eis dat de ziekten of gebreken samenhangen met oorlogsgeweld, ondanks erkenning van het huiszoekingincident. De Raad overwoog dat de psychische klachten vooral samenhangen met mishandeling door zijn stiefmoeder en slechts in beperkte mate met algemene oorlogsomstandigheden.
De medische informatie en adviezen van geneeskundig adviseurs ondersteunden dit standpunt. Appellants beroep werd ongegrond verklaard, waarbij werd benadrukt dat medische beoordeling individueel is en vergelijking met lotgenoten niet relevant is. De Raad kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat zijn psychische klachten niet te relateren zijn aan oorlogsgeweld volgens de Wet.