ECLI:NL:CRVB:2008:BG3783

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-604 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit UWV intrekking WAZ-uitkering en toekenning proceskosten

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 september 2004 waarbij zijn uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met ingang van 10 november 2004 werd ingetrokken. Dit bezwaar werd bij besluit van 25 januari 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.

Tijdens de zitting bevestigde het UWV dat het bestreden besluit niet gehandhaafd kon worden omdat enkele functies die aan appellant waren voorgehouden niet passend waren. Het UWV zal nader onderzoek doen en een nieuw besluit nemen. De Raad oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit.

Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €142,-. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

07/604 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 december 2006, 05/1303 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 november 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft C.M. Loef, werkzaam bij Avant Accountants hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben nadien nadere stukken aan de Raad gezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2008. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door A. Rehorst. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 25 januari 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van het Uwv van 10 september 2004, waarbij appellants uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen met ingang van 10 november 2004 werd ingetrokken, ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld op medische en arbeidskundige gronden.
3. Ter zitting van de Raad heeft het Uwv bevestigd het bestreden besluit niet te kunnen handhaven, omdat enkele aan appellant voorgehouden functies bij nader inzien niet passend worden geacht. Het Uwv zal nader onderzoek doen en opnieuw beslissen. Appellant heeft ter zitting verklaard dat hij een uitspraak van de Raad wenst en aanspraak maakt op vergoeding van zijn proceskosten.
4. De Raad stelt vast dat het Uwv het bestreden besluit niet handhaaft. Dit brengt mee dat de aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, voor vernietiging in aanmerking komt en dat het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond wordt verklaard. Het Uwv zal opnieuw op het bezwaar van appellant hebben te beslissen.
5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.288,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar neemt;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot
€ 1.288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 142,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen als voorzitter en H. Bedee en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 november 2008.
(get.) J. Riphagen.
(get.) I.R.A. van Raaij.
CVG