ECLI:NL:CRVB:2008:BG3747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering met ingang van 8 september 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede op basis van medische en arbeidskundige rapportages.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zwaarder beperkt was dan het Uwv aannam, onder verwijzing naar informatie van de GGD en PsyQ. Het Uwv kwam tijdens het hoger beroep terug op het eerdere besluit en herzag de uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.
De Raad oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit mede gericht was tegen het nieuwe besluit en verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en tegen het tweede ongegrond. De medische en arbeidskundige grondslagen werden voldoende gemotiveerd geacht, ook al was het in deze situatie niet noodzakelijk om de informatie van GGD en PsyQ door een bezwaarverzekeringsarts te laten beoordelen.
Verder werd appellant een vergoeding toegekend voor de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en werden de proceskosten van appellant toegewezen. Het Uwv werd tevens vergoed voor het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, met toekenning van wettelijke rente en proceskosten aan appellant.