ECLI:NL:CRVB:2008:BG3693
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning vrijheidsberoving tijdens Japanse bezetting Nederlands-Indië
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor erkenning als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, met het verzoek om een periodieke uitkering vanwege haar vermeende vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
De Pensioen- en Uitkeringsraad heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen objectieve gegevens zijn die bevestigen dat appellante daadwerkelijk geïnterneerd is geweest tijdens de Japanse bezetting. Het Nederlands Rode Kruis kon in haar archieven geen bewijs vinden van vrijheidsberoving in die periode.
De Raad overweegt dat het verblijf van appellante in het kamp De Wijk in 1946 niet onder de Wet valt, aangezien die alleen ziet op vrijheidsberoving tijdens de periode tot 15 augustus 1945. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.