ECLI:NL:CRVB:2008:BG3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die sinds 2000 een WAO-uitkering ontving wegens psychische klachten, werd in 2004 herbeoordeeld door een verzekeringsarts die een somatisatiestoornis en PTSS constateerde, maar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde. De WAO-uitkering werd per 24 januari 2005 ingetrokken. Tijdens bezwaar en beroep bracht appellante aanvullende medische informatie in, waaronder van een psychiater bij wie zij zich pas na de datum in geding onder behandeling stelde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat geen informatie van de behandelend psychiater was ingewonnen en haar klachten niet waren verminderd. De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was, mede omdat de psychiater ten tijde van de datum in geding nog geen behandelingen had verricht en de huisartsinformatie was meegewogen.
De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling dat de klachten geen beperkingen opleverden die arbeid belemmerden. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als toereikend beschouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.