ECLI:NL:CRVB:2008:BG3498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op andere gronden na mislukte loopbaantraject en overplaatsing
Appellant was sinds 1999 in vaste dienst bij de gemeente Amsterdam en overgeplaatst naar stadsdeel Oud-West, waar hij zich niet op zijn plek voelde. Het dagelijks bestuur bood hem in 2002 een loopbaantraject aan om binnen een jaar een andere passende functie te vinden, met begeleiding van een loopbaanadviseur. Appellant stemde onder protest en naar eigen zeggen onder druk in met de voorwaarden.
Na een detachering bij stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld die in januari 2004 eindigde, vond appellant geen andere baan. Het dagelijks bestuur verleende daarop ontslag per 15 januari 2004 op grond van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder d, van het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA). Appellant betwistte het akkoord en stelde dat hij gedwaald had en dat er sprake was van ontoelaatbare druk.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf zijn overplaatsing niet goed functioneerde en dat het ontslag op andere gronden passend was omdat vruchtbare samenwerking niet mogelijk was. De Raad vond dat appellant de strekking van de afspraken begreep en dat er geen bewijs was van ontoelaatbare druk. Ook was er geen verwijtbaarheid aan het dagelijks bestuur, ondanks het stopzetten van de detachering. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit wordt bevestigd.