ECLI:NL:CRVB:2008:BG3321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning voorbereidingskrediet bij bijstandsverlening zelfstandigen
Appellant, die een bijstandsuitkering ontving, meldde zijn voornemen om als zelfstandige een bedrijf te starten. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade besloot de bijstandsverlening voort te zetten zonder arbeidsverplichtingen en kende een voorbereidingskrediet toe onder de voorwaarde van een onderbouwde kostenraming.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de voorwaarde onterecht was omdat deze de mogelijkheid tot een second opinion frustreerde en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Tevens stelde appellant dat de ingangsdatum van de voorbereidingsperiode moest worden aangepast.
De Raad oordeelde dat het College redelijk gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door de voorwaarde te verbinden aan het krediet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Omdat appellant niet aan de voorwaarde voldeed, bleef de discussie over de ingangsdatum buiten beschouwing. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het College en wijst het hoger beroep af.