ECLI:NL:CRVB:2008:BG3096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat ingediend verzet
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard. Appellant deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Het verzet moest binnen zes weken na verzending van de bestreden uitspraak worden ingediend. De uitspraak van 17 oktober 2007 werd aangetekend verzonden op dezelfde dag, maar het verzet werd pas op 27 december 2007 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
De Raad heeft in het verzetschrift geen gegronde redenen gevonden om de overschrijding van de termijn als verschoonbaar te beschouwen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 17 oktober 2008 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn zonder verschoonbare reden.