ECLI:NL:CRVB:2008:BG1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens schending mededelingsverplichting inzake toeslag Wet toeslagen
Appellante kreeg een toeslag op haar WAO-uitkering, die later werd ingetrokken vanwege het inkomen van haar echtgenoot. Het Uwv legde haar een boete op wegens het niet tijdig melden van deze inkomsten, wat zij betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit oordeel en het eerste boetebesluit.
De Raad oordeelde dat de mededeling aan de verzekeringsarts tijdens een spreekuurcontact niet voldeed aan de wettelijke mededelingsplicht uit de Toeslagenwet. Telefonische mededelingen werden niet bewezen. Appellante had onverwijld uit eigen beweging de relevante feiten moeten melden, ook al ontving zij pas eind 2003 een inlichtingenformulier.
Het Uwv paste terecht de boete aan tot €817, rekening houdend met de verjaringstermijn en toepasselijke boetebesluiten. Er waren geen dringende redenen om van boeteoplegging af te zien of de boete te verlagen. De Raad verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond en wees de vergoeding van griffierecht toe.
Uitkomst: De boete van €817 wegens het niet tijdig melden van het inkomen van de echtgenoot wordt bevestigd.