ECLI:NL:CRVB:2008:BG1897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand legeskosten verblijfsvergunningen wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellanten verzochten het College van burgemeester en wethouders van Groningen om bijzondere bijstand voor de legeskosten van verblijfsvergunningen. Dit verzoek werd op 2 december 2005 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, WWB.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de financiële situatie van hun wettelijk vertegenwoordiger een dringende reden vormde en dat de legeskosten achteraf gezien onnodig waren omdat zij bij geboorte het Nederlanderschap hadden verkregen. De Raad oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het College niet bevoegd was om bijzondere bijstand te verlenen.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Th.C. van Sloten op 28 oktober 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor legeskosten wordt bevestigd.