ECLI:NL:CRVB:2008:BG1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAZ-uitkering wegens onvoldoende toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, die een WAZ-uitkering ontvangt wegens enkelklachten en een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%, meldde een toename van zijn arbeidsongeschiktheid per 24 oktober 2004 vanwege rugklachten. Het UWV besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten na medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar liet de medische grondslag intact.
Na een nieuw besluit van het UWV, waarin de bezwaren van appellant opnieuw ongegrond werden verklaard, stelde appellant in hoger beroep dat hij tussen 24 oktober 2004 en 20 juli 2005 niet in staat was de relevante functies te vervullen vanwege een hernia. De Raad overwoog dat herziening van een WAZ-uitkering alleen mogelijk is bij een onafgebroken toename van vier weken die een hogere klasse rechtvaardigt.
De Raad nam kennis van de medische onderzoeken door verzekeringsarts Smol en de bezwaarverzekeringsarts De Gruil, die geen aanleiding gaven tot een hogere indeling. Ook de aanvullende informatie van de behandelend neuroloog en de verklaring van appellant zelf boden onvoldoende grond voor herziening. De Raad bevestigde daarom de medische grondslag en de arbeidskundige beoordeling, verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAZ-uitkering van appellant te herzien wegens onvoldoende toename van arbeidsongeschiktheid.