ECLI:NL:CRVB:2008:BG1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellant ontving een WAJONG-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%, met een maximale werkcapaciteit van 20 uur per week. Het UWV herzag deze uitkering per 4 januari 2006 en stelde dat appellant 30 uur per week kon werken, wat leidde tot een verlaging van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet in staat was 30 uur per week te werken en dat de herziening onzorgvuldig was vanwege een onjuiste uitlooptermijn. Tevens wees hij op een slechte medische toestand in januari 2006, onvoldoende betrokken bij de beoordeling. De Raad onderzocht de medische rapporten van de behandelend reumatoloog, die ernstige klachten in januari 2006 bevestigden.
De Raad concludeerde dat de medische motivering van het herzieningsbesluit onvoldoende was, met name voor de periode rond januari 2006. Daarom vernietigde de Raad het deel van het vonnis dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand hield en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan mogelijke schadevergoeding. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot herziening van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medische motivering en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen.