ECLI:NL:CRVB:2008:BG1716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering na blindedarmontsteking met complicaties
Appellant viel uit zijn werkzaamheden als varkenshouder, akkerbouwer en minicampinghouder vanwege een blindedarmontsteking met complicaties. Het UWV weigerde een WAZ-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was na de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege een onvoldoende onderbouwing van het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen, onder meer door een buikwandbreuk na een operatie. Tevens stelde hij dat de maatmanomvang 65 uur per week moest zijn. De Raad stelde vast dat partijen het eens waren over de maatmanomvang en dat dit geen invloed had op de uitkomst.
De Raad oordeelde dat appellant niet meer geschikt was voor zijn oude beroep, maar wel in staat was om andere functies te vervullen, met een resterende verdiencapaciteit van €10,77 per uur. Dit leidde tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt is.