ECLI:NL:CRVB:2008:BG1575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant had een WAO-uitkering ontvangen die later door het Uwv werd herzien vanwege inkomsten uit arbeid die niet waren gemeld. Het Uwv besloot de te veel betaalde uitkering over de periode 2000-2004 terug te vorderen. Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij geen werkzaamheden met loonwaarde had verricht, geen inkomsten had genoten en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellant wel degelijk arbeid had verricht en daarvoor loon had ontvangen. Tevens had appellant niet voldaan aan zijn meldingsplicht zoals voorgeschreven in artikel 80 van Pro de WAO. De Raad vond dat eventuele twijfel over de omvang van de arbeid en inkomsten niet in het voordeel van appellant kon worden uitgelegd, mede omdat hij geen volledige openheid van zaken had gegeven.
De stelling dat de ontvangen bedragen aflossingen op leningen waren, werd onvoldoende onderbouwd. Ook het argument dat appellant geen weet had van frauduleuze praktijken binnen de B.V. kon niet baten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er waren geen grieven tegen de berekening van de arbeidsongeschiktheidsklassen of het terugvorderingsbedrag aangevoerd.
Ten slotte oordeelde de Raad dat geen reden bestond om af te zien van terugvordering op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 oktober 2008 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.