ECLI:NL:CRVB:2008:BG1013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep niet ongedaan wegens rechtszekerheid en ontbreken wilsgebrek
Appellant stelde op 25 januari 2007 hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Vervolgens werd op 22 maart 2007 namens appellant meegedeeld dat het hoger beroep werd ingetrokken, wat op 28 maart 2007 werd bevestigd. Op 2 april 2007 werd echter gemeld dat de intrekking op een misverstand berustte en dat het hoger beroep gehandhaafd moest blijven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens vaste rechtspraak een bevoegdelijk gedane intrekking van een beroep na het verstrijken van de beroepstermijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van een wilsgebrek. In deze zaak was geen sprake van een wilsgebrek; het misverstand tussen appellant en zijn gemachtigde viel onder het risico van appellant en kon niet worden aangemerkt als verschoonbare dwaling.
De Raad wees ook het verweer af dat de gemachtigde niet bevoegd was tot intrekking, omdat de verleende machtiging algemeen was en alle proceshandelingen omvatte. Het hoger beroep werd daarom als vervallen verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is vervallen omdat de intrekking niet ongedaan kan worden gemaakt zonder wilsgebrek.