ECLI:NL:CRVB:2008:BG0992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslag bijstand voor schoolverlater na beëindiging studie en zelfstandig wonen
Appellant, een schoolverlater die na beëindiging van zijn studie zelfstandig ging wonen en zijn baan verloor, vorderde in hoger beroep een toeslag bijstand vanwege gestegen woonkosten en een lager inkomen. De rechtbank had zijn beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Groningen ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 28 van Pro de WWB en de gemeentelijke Verordening de norm voor schoolverlaters gedurende zes maanden na beëindiging van de studie kan worden verlaagd en dat appellant als schoolverlater geen recht heeft op een toeslag. Hoewel appellant stelde dat zijn woonkosten waren gestegen en zijn inkomen daalde, achtte de Raad dit onvoldoende om af te wijken van de verordening.
De Raad wees erop dat appellant tijdens zijn studie studiefinanciering ontving die een normbedrag voor levensonderhoud bevatte en dat de verhoging van de studiefinanciering bij zelfstandig wonen de gestegen woonlasten deels compenseerde. De omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen volledige of gedeeltelijke toeslag. De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, waardoor appellant geen toeslag bijstand ontvangt.