ECLI:NL:CRVB:2008:BG0978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste verblijfplaats niet gerechtvaardigd
Appellant had bijstand aangevraagd en opgegeven een kamer te huren op een bepaald adres. Een onaangekondigd huisbezoek toonde een leegstaande woning afgesloten van gas, water en licht, zonder persoonlijke spullen van appellant. Het College trok daarom de bijstand in vanaf 1 maart 2006 wegens het niet verblijven op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat niet was bewezen dat de woning ook in de periode van 1 tot en met 20 maart 2006 afgesloten was, noch waren er andere feiten over het verblijf van appellant in die periode. Hierdoor ontbrak een deugdelijke grondslag voor het intrekkingsbesluit.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het intrekkingsbesluit. Tevens veroordeelde de Raad het College tot betaling van wettelijke rente over de niet tijdig betaalde bijstand vanaf 1 mei 2006 en tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de bijstand wordt herroepen en het College wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.