ECLI:NL:CRVB:2008:BG0274

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6932 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen UWV-besluit na nieuwe beslissing op bezwaar

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een UWV-besluit. Het UWV nam op 21 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan het beroep van appellante. Hierdoor bestond er geen geschil meer tussen partijen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.

De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten na toestemming van partijen. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief de kosten van rechtsbijstand en het griffierecht. Tevens werd een vergoeding toegekend voor de kosten van het verstrekken van schriftelijke medische informatie door een huisarts.

De uitspraak werd op 15 oktober 2008 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep uitgesproken, waarbij het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en griffierecht aan appellante.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV-besluit het beroep geheel tegemoetkomt.

Uitspraak

07/6932 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 november 2007, 06/4528 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat te ’s Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 21 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij schrijven van 19 februari 2008 heeft de gemachtigde van appellante gereageerd, waarop het Uwv heeft gereageerd bij brief van 28 februari 2008.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Met het besluit van 21 januari 2008 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van dit besluit, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed. Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de declaratie van F.A. Balder, huisarts te ’s-Gravenhage ten bedrage van € 36,80 voor het verstrekken van schriftelijke medische informatie is de Raad van oordeel dat dit voor toewijzing in aanmerking komt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 358,80, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het door haar in hoger beroep betaalde griffierecht van € 106,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2008.
(get.) H. Bolt.
(get.) M.D.F. de Moor.
RB