ECLI:NL:CRVB:2008:BF9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring gemeentelijke besparingsbijdrage bij verstrekking scootmobiel
In deze zaak stond de vraag centraal of een gemeentebestuur een besparingsbijdrage mag heffen bij de verstrekking van een scootmobiel op grond dat de voorziening leidt tot kostenbesparing voor openbaar vervoer. De rechtbank Zwolle-Lelystad had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit tot heffing van de bijdrage vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat krachtens artikel 6 van Pro de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) alleen op die grondslag een financiële bijdrage bij verstrekking van een voorziening in natura kan worden geheven. De gemeentelijke verordening die een besparingsbijdrage oplegt, is daarmee in strijd en dus onverbindend.
De Raad benadrukte dat de vrijheid van het gemeentebestuur om een ritprijs te heffen voor collectief vervoer, zoals eerder is geoordeeld, niet gelijkgesteld kan worden met het opleggen van een bijdrage aan de gehandicapte bij verstrekking van een voorziening. De uitspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en draagt het College op een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten en legde griffierecht op. Hiermee is duidelijk gesteld dat een besparingsbijdrage bij verstrekking van een scootmobiel niet is toegestaan buiten de wettelijke grondslag van artikel 6 Wvg Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart de gemeentelijke besparingsbijdrage bij verstrekking van een scootmobiel onverbindend en bevestigt vernietiging van het besluit.