ECLI:NL:CRVB:2008:BF6857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering heropening Wajong-uitkering na verslechtering arbeidsongeschiktheid
Appellante, die een Wajong-uitkering ontving op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, verzocht heropening van haar uitkering wegens een vermeende verslechtering van haar gezondheidstoestand, waaronder visusproblemen en psychische klachten.
Het UWV weigerde de heropening na medisch onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 2003 nog steeds van toepassing waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de door appellante aangevoerde verslechteringen, waaronder de diagnose glaucoom en psychische aandoeningen, onvoldoende waren onderbouwd met medische verklaringen die een toename van beperkingen aannemelijk maakten. De medische rapporten gaven geen aanwijzingen dat de eerdere beoordelingen onjuist waren.
Daarom werd het beroep van appellante ongegrond verklaard en de weigering tot heropening van de Wajong-uitkering bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de Wajong-uitkering te heropenen wegens onvoldoende bewijs van toegenomen arbeidsongeschiktheid.