ECLI:NL:CRVB:2008:BF5279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde zich in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, die was gebaseerd op een beoordeling dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was per 29 november 2005. Hij voerde aan dat zijn arbeidsbeperkingen door een rugoperatie niet substantieel waren afgenomen en dat de gekozen functie voor de schatting onjuist was vanwege taalvereisten en fysieke belasting.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe objectieve medische gegevens had ingebracht die twijfel konden zaaien over de vastgestelde functionele mogelijkheden. De verklaring van de arts-medisch adviseur werd als algemeen en niet op eigen onderzoek gebaseerd beoordeeld. De Raad onderschreef daarom de eerdere oordelen van de rechtbank.
Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als toereikend gemotiveerd beoordeeld. De Raad stelde vast dat de functieomschrijving geen eis van technische Duitse taalvaardigheid bevatte, slechts enige kennis van Duits, wat gelet op de opleiding van appellant mocht worden aangenomen.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.