ECLI:NL:CRVB:2008:BF5164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vernietiging besluit wegens onvoldoende inzichtelijkheid CBBS
Appellant, werkzaam als loodsmedewerker, viel in 2000 uit wegens rugklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. In 2004 werd de uitkering herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2005 vond een medisch en arbeidskundig onderzoek plaats, waarna het UWV de uitkering herzag naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, met name ook psychische klachten. Het UWV verdedigde het besluit met aanvullende medische en arbeidskundige rapporten. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren overschat.
Echter, de Raad stelde vast dat pas met het rapport van december 2007 volledig werd voldaan aan de eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid van het CBBS. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen werden in stand gelaten. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende inzichtelijkheid van het CBBS, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.