ECLI:NL:CRVB:2008:BF4404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota premieloon en privaatrechtelijke dienstbetrekking in sociaal zekerheidsrecht
Appellant maakte bezwaar tegen een correctienota van het UWV over het premieloon van een werknemer in de periode juni tot december 2002. Het UWV stelde dat er sprake was van een verzekeringsplichtige privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat appellant als werkgever gehouden was loonopgave te doen. Omdat geen loonopgave was gedaan, stelde het UWV het premieloon schattenderwijs vast op basis van onderzoeksbevindingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsplicht terecht was vastgesteld. Appellant voerde aan dat de feiten onjuist waren gekwalificeerd en dat er geen grondslag was voor de correctienota. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV terecht als premieplichtige werkgever was aangemerkt.
De Raad vond dat het UWV een zorgvuldige en realistische schatting had gemaakt, waarbij het zelfs uitging van het lagere wettelijk minimumloon, en dat het niet gebonden was aan de standpunten van de Belastingdienst. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de correctienota premieloon wordt bevestigd.